• Marije F. Muller

Wat doet een preverbaal logopedist?

Het werken met kinderen vind ik fantastisch, mijn kracht ligt in het aansluiten bij het kind. Voelen wat het kind nodig heeft, van mij maar vooral van zijn ouders. Dit begint al bij de geboorte, of misschien al daarvoor, maar zover reikt mijn expertise niet. De eerste levensbehoeften van een kind zijn liefde, voeding en slaap. Deze drie-eenheid moet in balans zijn om te kunnen groeien en ouders moeten vaak nog groeien in hun nieuwe rol, zelfs bij een tweede of derde kind.

Voeding is mijn vakgebied. Men denkt daar niet meteen aan als ik zeg dat ik logopedist ben, maar voordat we gaan spreken moeten we eerst onze mond gebruiken om voeding tot ons te nemen. Ik ben opgeleid tot preverbaal logopedist, preverbaal betekent letterlijk: vóór het spreken. Ontstaan er problemen op het gebied van voeding bij baby’s dan kan de preverbaal logopedist worden ingeschakeld. Ik ga dan zo snel mogelijk bij de ouders langs om te kijken wat er nodig is om de voedingen beter te laten verlopen, want als die drie-eenheid verstoort raakt dan is het belangrijk om direct te handelen. Het voeden van een baby hoort ontspannen en fijn te zijn, geen strijd en stress. Hoe langer het voeden moeizaam gaat, hoe sterker de negatieve spiraal die moet worden doorbroken. Ik probeer daarom altijd zo snel mogelijk langs te gaan om te kijken wat ouders en kind nodig hebben om weer ontspannen en met zo min mogelijk zorgen te kunnen voeden.


Omdat een baby nog niet kan zeggen wat hij of zij nodig heeft, is het extra belangrijk om aan te voelen wat er speelt. Het lezen van een baby’tje en de lichaamstaal die het al heeft luistert heel nauw. Daarnaast luister ik tijdens een voeding met mijn stethoscoop wat er gebeurt bij het zuigen en slikken. Hoe is de adem-slik frequentie, kan de baby dit coördineren of gaat het te snel, blijft de ademhaling helder of stroomt de melk in de luchtpijp waardoor kans op verslikken ontstaat?


Als ik heb uitgezocht waar in het proces er spanning ontstaat en waardoor het komt, dan gaan we kijken naar wat we kunnen aanpassen om deze spanning te voorkomen en het voeden weer ontspannen te maken. Dit alles is hetzelfde bij borstvoeding als bij flesvoeding. Voorop staat dat de baby voldoende voeding krijgt op een ontspannen manier.

De volgende drempel in de ontwikkeling is rond de leeftijd van 3 maanden. De voedingsreflexen doven uit en baby’s moeten gaan drinken op ervaring. Vaak hebben ze weinig ervaring opgedaan met drinken uit de fles, moeder hoefde nog niet weer aan het werk en de fabels over tepel-speen verwarring zijn hardnekkig waardoor veel ouders liever niet teveel gaan experimenteren met een fles. Rond de leeftijd van drie maanden moeten baby’s dan ineens toch hele dagen uit de fles gaan drinken omdat hun moeder weer aan het werk gaat, maar dit hebben ze onvoldoende geleerd. Paniek!! Ook dan kan een preverbaal logopedist ingeschakeld worden, maar nog fijner zou het zijn als baby’s vanaf 4 weken leeftijd dagelijks een voeding (moedermelk) uit de fles krijgen. Moeder kan oefenen met kolven, baby kan oefenen met de fles en de preverbaal logopedist hoeft niet ingeschakeld met 3 maanden.


Tussen de 4 en 6 maanden starten veel ouders met fruit- of groentehapjes. Sommige baby’s vinden dit geweldig, anderen hebben een hardgrondige hekel aan dat rare spul dat op een lepel naar je mond komt. Ook hierbij kan de prelogopedist ingeschakeld worden, maar overweeg ook eens om pas met 6 maanden te beginnen met hapjes, want veel baby’s zijn er gewoon nog niet aan toe met 4 maanden. Daarnaast moeten baby’s de tijd krijgen om aan een smaak te wennen. Sommige smaken moeten ze wel 10 keer geproefd hebben voordat ze het leren waarderen. Zeker kinderen die kunstvoeding hebben gehad zijn niet gewend aan andere smaken, borstvoeding verschilt per voeding van smaak door de voeding van de moeder, maar kunstvoeding smaakt telkens hetzelfde. Ook structuren verschillen, want een bananenprakje voelt heel anders in je mond dan appelmoes en al helemaal anders dan melk. Baby’s gaan langzaam leren van zuigend voeden richting afhappen te gaan. Je ziet ook dat baby’s eerst de voeding van het lepeltje afzuigen en pas later echt gaan happen.


Voordat kinderen een jaar oud worden moeten ze het kauwen onder de knie hebben. Soepstengels, broodkorstjes, koekjes en dergelijke, ook hierbij is het weer verschillend of jouw kind er een liefhebber van is of niet. Bij het kauwen moet je in staat zijn om het eten door je mond te bewegen met je tong, te kauwen met je kaken, te verzamelen op je tong op het moment dat het ver genoeg gekauwd is om door te kunnen slikken. Ingewikkelde mondmotorische vaardigheden waar je niet teveel bij stil moet staan, want als het goed is ontwikkeld dit zich allemaal vanzelf. Als een kind hier nog niet aan toe is, dan zie je vaak dat ze een grote aversie krijgen tegen dit eten en gaan weigeren. Als dat langer duurt groeit het probleem naar andere voedingsmiddelen die eerder wel goed gegeten werden. Het kind gaat zich verzetten tegen eten, terwijl eten juist prettig moet zijn. Ouders zitten met de handen in het haar, want een kind dat niet eet groeit niet.


Dan volgt de peuterpuberteit, sommige kinderen van twee jaar oud willen helemaal niets meer eten wat ze voorgeschoteld krijgen. Als ze eerder wel gevarieerd aten en ook nu nog steeds wel eten wat ze zelf lekker vinden, maar vooral niets meer waarvan jij vindt dat ze het moeten eten, dan is dit ‘gewoon’ de peuterpuberteit. Groeien ze echter slecht, willen ze helemaal niets of maak je je er zorgen over, dan kan je een preverbaal logopedist inschakelen om te kijken of het een eetprobleem is.


In elke voedingsfase van een kind kan een probleem ontstaan, in elke fase kan de preverbaal logopedist je van advies voorzien. Bellen of mailen kan altijd en kost niets, een afspraak maken kan op verwijzing van een arts (consultatiebureau of kinderarts) en wordt vergoed door de zorgverzekeraar.